←
Doen herleven van de Quater Temper tijden
Philipp Harnoncourt, Graz
(enigszins verkort)
De Tweede Europese Oecumenische Assemblee in Graz (1997) spoorde de christelijke kerken aan om “de bescherming van de schepping als wezenlijk onderdeel van het kerkelijk leven op alle niveaus te beschouwen en te bewerkstelligen.” Het ECEN heeft deze aansporing in 1999 overgenomen en wijst er daarbij op, dat er hiervoor tot op heden geen speciale periode in het kerkelijk jaar bestemd is voor “zorg voor de schepping”.
Bij het voorstel voor een scheppingsperiode gelden onder meer de volgende overwegingen:
- De oorspronkelijke kerkelijke kalenders staan vol verborgen verwijzingen naar de schepping. Deze verwijzingen zouden opgediept moeten worden, zodat de betekenis ervan opnieuw kan doordringen. De hele kalender, als een manier om de tijd vast te leggen ( de indeling in tijdsdelen, de herinnering aan het verleden, het vooruitzien naar de toekomst) is verbonden met de natuur en daardoor met de schepping. Een leven in harmonie met de ordening van de kosmos is het uiteindelijke doel. Jaren, maan-maanden, dierenriemmaanden en speciale dagen vallen samen met de bewegingen van de zon, de maan en de planeet aarde en met hun plaats op het halfrond. De feesten van dankdag en bezinning op Gods grote daden, ervaren als Gods bevestiging van het leven, hebben hun vaste plaats in deze cycli. Die plaats wordt bovendien benadrukt door de terugkerende gebeurtenissen in de schepping (seizoenen, maanstanden, opgang en ondergang van de zon en de maan).
- De keuze van het oecumenisch patriarchaat voor 1 september als feest van de schepping kan verklaard worden door het feit, dat in de orthodoxe kerken het liturgisch jaar op 1 september begint. Deze gewoonte valt samen met de ervaring van agrarische culturen op het noordelijke halfrond. De herfst is, als seizoen van oogsten en opnieuw zaaien, een periode waarin mensen tot reflectie komen en nadenken over het mysterie van de schepping en het leven.
De herfst nodigt uit om:
··· Dankbaar te zijn voor de schepping en de vruchten daarvan die ons in leven houden;
··· Te bidden voor vernieuwing van de schepping tot haar uiteindelijke voltooiing;
··· Na te denken over de verantwoordelijkheid van mensen jegens de schepping om deze tot haar recht te laten komen;
··· De schepping te ontwikkelen, binnen de daartoe door de natuur en de openbaring van de Schepper gestelde mogelijkheden.
Deze overwegingen maken ons meer bewust van in onze plaats in Gods schepping en de verantwoordelijkheid van mensen – schepselen onder de schepselen – jegens de schepping. Erkenning en belijdenis van onze fouten, als een soort van bekering, houdt onvermijdelijk ook in dat er een grotere betrokkenheid ontstaat.
- Door het voorstel om een scheppingsfeest in te stellen in de kerken en daar zelfs een hele periode van de schepping van te maken, wordt wel de vraag opgeroepen hoe zoiets vorm kan krijgen in de traditionele kalenders van de kerken. We ervaren de schepping als een cyclus. De geschapen wereld omvat fasen – begin, groei, rijpen, oogst, verval en einde. Het blijft de vraag of het einde onherroepelijk is of als een voortdurend nieuw begin, dat uitmondt in voltooiing. De cycli van de natuur suggereren een constant nieuw begin. De openbaring belooft de voltooiing van de ganse schepping door de Schepper.
- Gods vleeswording in Jezus Christus en Jezus’ dood en opstanding wijzen naar de bewaring van de schepping en haar toekomstige vervulling. Pasen wordt niet voor niets gevierd in de lente en Kerstmis tijdens de winterzonnewende. Daardoor worden deze feesten ook scheppingsfeesten. Dit aspect kan opnieuw beleefd gaan worden.
- Iedere dag verwijst naar de schepping – de opgaande zon doet denken aan het begin ervan en de voltooiing. Bij ieder morgengebed wordt de opgaande zon van een symbool van de schepping tot een geloofservaring. Hetzelfde geldt voor de zondag, de eerste én de achtste dag in de cyclus van de week van zeven dagen. Zo worden we voortdurend herinnerd aan de schepping omdat het de enige cyclus op onze kalender is, die onafhankelijk is van welke kosmische cyclus dan ook.
- In de Romeinse liturgie is nog een ander aspect dat verwijst naar God en de schepping – de zogenoemde Quater Temperseizoenen. In voor-christelijke tijden waren dat speciale oogstfeesten, een tijd
· als dankdag voor de gave van het leven
· om te bidden om Gods voortdurende aanwezigheid en zorg in het leven
· om boete te doen voor alles wat we verkeerd deden tegen het leven.
Deze Quater Temperweken (vanaf nu QT genoemd) waren tijden om boete te doen, te vasten en te bidden. De RK-kerk heeft dat later beperkt tot alleen de woensdag, de vrijdag en de zaterdag in de vier QT-weken.
Er was een Quater Temperweek in ieder seizoen:
De winter QT op de derde zondag van Advent.
De voorjaars QT in de eerste week van de vasten.
De zomer QT in de week na Pinksteren.
De herfst QT in de week na het feest van de kruisverheffing op 14 september
Het Tweede Vaticaans Concilie besloot om de uitvoering van deze dagen over te laten aan de plaatselijke kerken. Deze QT-weken kunnen een stevige basis vormen om de verantwoordelijkheid van christenen jegens de schepping vorm te geven. Daarom zou het de moeite waard zijn om na te gaan of de QT-weken ook nog bestaan in de reformatorische kerken en zo ja, in welke vorm.
In het Duitstalige gebied hebben de RK-bisschoppen de Quater Temperdagen opnieuw ingevoerd. Denk ook aan de “Eidgenossischer dank- boete en biddagen”, die in Zwitserland door de verschillende kerken zijn aanvaard in de 19e eeuw en die zelfs in de Zwitserse grondwet staan.