Door Hans Schravesande - februari 2010
Als wij klimaat en milieu verbinden met kerk en geloof zou onze website via googelen wel heel veel bezocht moeten worden. Klimaatverandering zou een uitvinding zijn van ‘de linkse kerk’. We horen over ‘klimaatgelovigen’. Wie daar niet onder vallen worden aangeduid als ‘klimaatsceptici’, een soort ‘klimaat-agnosten’.
De sceptici duiden zich niet aan als klimaat-ongelovigen. Met het woord sceptisch lijken ze zich een wetenschappelijke habitus aan te meten tegenover wie wel serieus overtuigd is van klimaatverandering, de ‘klimaatgelovigen’.
De cabaratier
De afgelopen maanden kwam ik dit soort spraakgebruik herhaaldelijk tegen. Daarvan zijn mij vooral bijgebleven de eerste uitzending op zaterdagavond van ‘Van Zon op zaterdag’, een satirisch programma met
Erik van Muiswinkel in de hoofdrol.
De eerste van de vier uitzendingen werd gewijd aan het klimaat, als iets van ‘de linkse kerk’. De uitzending zat vol prikkelende momenten. We zagen de maffia die door kreeg dat ‘tegenwoordig de meeste winst te behalen is met groen ondernemen’ of beter: wat daar voor leugenachtig moet doorgaan. De directrice van het Wereld Natuurfonds leek uitsluitend geïnteresseerd in het geld van de donateurs. Een hoofdrol was weg gelegd voor de uitstervende pandabeer, die graag wilde uitsterven, maar daarin gehinderd werd door het Wereld Natuurfonds. God, gespeeld door Bram van der Vlugt, vond dat wel goed: ‘En God zag dat het goed was’, dat er ook soorten zijn die uitsterven. Hij vond dat de natuur maar eens met rust gelaten moest worden en dat de mens niet voor God moest gaan spelen. Maar hij vond dat zelfs hij machteloos stond tegenover het Wereld Natuurfonds. God vond de film van Al Gore nogal optimistisch, eigenlijk eerder een feel good movie. De stijging van de zeespiegel zou voor de mensheid een ramp zijn, maar niet voor de vissen en de koralen. Als mensen zeggen dat ze het milieu willen redden bedoelen ze niet meer dan dat ze de mensheid willen redden. Maar mensen hoeven de klimaatverandering niet te overleven. Er is een tijd van komen en van gaan.
Het was aardig van Henk van Zon dat hij klimaatverandering als probleem nummer 1 neerzette. De satire houdt links en rechts een spiegel voor. En er zitten heel wat eco-filosofische en eco-theologische vragen in verwerkt. Wie deze vragen eens op een nieuwe, en minder zware manier wil bespreken kan ik dit programma als een opwarmende starter aanraden.
De filosoof
Op 12 december schreef de filosoof Sebastien Valkenberg een column voor Trouw onder de titel ‘Waarom zijn doemscenario’s zo slecht?’. Hij toont zich, mede naar aanleiding van ‘Climategate’ op zijn minst een klimaatscepticus.
Hij vermoedt dat de klimaatgelovigen met de volgende manoeuvre de tegensprekende argumenten zullen ontwijken: ‘Zelfs als de feiten elkaar vaak tegenspreken, zijn al die vergaande maatregelen om het klimaat te beschermen nog steeds gerechtvaardigd. Durf je de gok te nemen: niets doen vandaag terwijl morgen wellicht blijkt dat we de aarde inderdaad om zeep helpen?’
Hij ziet deze redenering als een gokspelletje of een weddenschap in de lijn van de benadering van de Franse filosoof Pascal. Die probeerde op vergelijkbare wijze het vraagstuk van het bestaan van God op te lossen: ‘Er zijn twee smaken: hij bestaat wel of niet. Welnu, je kunt je op twee manieren vergissen. God bestaat niet terwijl je in hem gelooft of hij bestaat wel terwijl je niet in hem gelooft. Welke positie is het verstandigst?’.
Hij vindt dat de logica van Pascal niet op het klimaat mag worden toegepast. Die theorie leidt er toe dat als de theorie niet door de feiten wordt onderbouwd, je beter kunt doen alsof, dan zit je altijd veilig.
Als lezer zou u eerst zelf kunnen nagaan of en hoe u uit de voeten kunt met de redenering van Pascal in relatie tot klimaatverandering, en dan nog eens kijken naar hoe Valkenberg hiermee omgaat.
In zijn redenering speelt geloof een hoofdrol. Hij suggereert dat wie het IPCC en Al Gore serieus neemt een geloof aanhangt. Dat hier geloof tegenover ongeloof staat. Dat lijkt mij een gevaarlijke suggestieve redenering, hoewel het misschien voor sommigen een zinnige waarschuwing kan zijn.
In werkelijkheid gaat het om wetenschappelijk onderbouwde waarschijnlijkheden. Het hangt er dan vanaf hoe groot je die waarschijnlijkheden in schat, op een schaal tussen 0 en 100. Iedere goede beleidsmaker, die weet wat risicoanalyse en preventie betekent, werkt daarmee. Anders zou onze samenleving niet kunnen functioneren.
Dit beleid kan en mag niet gevangen worden in termen van het geloof waar Pascal over spreekt. Het zijn juist de sceptici en ontkenners van klimaatverandering die ons telkens weer in het dilemma van geloof en ongeloof willen dwingen: iets wat niet voor 100% te bewijzen zou zijn, zou onwaar zijn. Maar ook als de waarschijnlijkheid van 90% naar 80% zou dalen (bijv. door een verkeerde inschatting van het témpo waarin gletsjers verdwijnen), wordt het verantwoorde maatschappelijke handelen nog niet noodzakelijk anders.
De vragen rond klimaat en geloof spelen zich niet af rond een absolute keus tussen ja of nee, of tussen gokken en wetenschap. Die vragen gaan veel dieper en betreffen onze levensbeschouwingen en de daar mee verbonden houdingen waarmee wij het leven, menselijk en ander leven, benaderen.
Alleen zo kan verantwoordelijkheid worden waar gemaakt.
·> bekijk de uitzending van Van Zon op Zaterdag.
·> Sebastien Valkenberg: Waarom zijn doemscenario's zo slecht?
·> over de filosoof Blaise Pascal.
·> reageer op deze column via redactie@kerkenmilieu.nl.