subscribe to the RSS Feed

Delen uit dankbaarheid

groene-boomGroene overweging op basis van lezing Marcus 12: 41-44

Door Marjolein Tiemens-Hulscher – 9 november 2013

 

Delen uit dankbaarheid

Lezing, (vrij naar een gebed van de Indianen)

God,

de bergen met hun hoge rotsen

en het groene sappige gras van de weiden.

De paarden, de dieren op de velden

de mensen en hun liefde,

allen maken deel uit van één groot geheel.

In het voortkabbelend beekwater

horen we de stemmen van wie voor ons waren.

Broers en zussen stromen voorbij in het water

van rivieren en lessen onze dorst.

Hoe kostbaar is de zuiverheid van de lucht,

al wat leeft deelt dezelfde levensadem.

God, leer ons allen en onze kinderen,

de waarde kennen van het land,

leer ons eerbied hebben voor moeder aarde.

Wie het vervuilt, vervuilt zichzelf.

Wij hebben de aarde te leen,

en als mens zijn we verbonden met de aarde.

Niet wij zijn het levensnet, maar Gij God,

en wij mogen helpen de draden bijeen te houden.

U, God, staat boven alles.

Bezinning

Al wat leeft, deelt dezelfde levensadem. Door die levensadem, maar ook door schoon water en vruchtbaar land zijn wij allen met elkaar verbonden én met de planten en dieren om ons heen. Ook zij delen in dezelfde lucht, hetzelfde water en dezelfde aarde. Alle schepselen op aarde zijn er voor het leven afhankelijk van en afhankelijk van elkaar. Daarom moeten we de waarde van het land kennen en eerbied hebben voor moeder aarde.

Heel vaak wordt de mens de kroon op de schepping genoemd. Maar het is een misverstand om dit gelijk te stellen aan heerser over de aarde, bedwinger van de natuur, bezitter van de grond, van het gewas en het vee, have en goed. Dit brengt namelijk met zich mee dat de mens, wij dus, geneigd zijn om ons een groter deel van moeder aarde toe te eigenen dan waar we recht op hebben. Ook onze economische groeidrang draagt hieraan bij. Dan vraag ik me af: ‘Is er een keer? Wie keert dat tij? Wie keert zich om? Wie weerstaat? Wij zullen pas mens worden als wij ons weer verbonden weten met de aarde.

 

Marcus 12,41-44

 

Bezinning

Hoe moeten we de toekomstige wereldbevolking voeden als er nog 2 miljard mensen bijkomen? Het is een vraag waar veel landbouwkundige wetenschappers en veel andere mensen zich mee bezig houden. Er is een groep die zegt dat we de oplossing vooral moet zoeken in schaalvergroting en genetisch gemanipuleerde gewassen. Een andere groep zegt dat als we de wereldvoedselproductie eerlijk zouden verdelen er dan voor iedereen genoeg te eten zou zijn. Die eerlijke verdeling is echter nog niet in zicht. We zeggen wel vaak dat het makkelijker is te geven van overvloed, maar dat blijkt toch niet helemaal zo te zijn. Het is vaak juist zo dat hoe meer we hebben, hoe moeilijker we het vinden om te delen. Zijn we dan zo gehecht aan bezit? Of zijn we bang dat we er dan zelf teveel op achteruit gaan?

De arme weduwe gaf alles wat ze had. Alles waar ze van moest leven. Haar vertrouwen in God moet onvoorstelbaar groot geweest zijn om zo iets te kunnen doen. De boeren, wereldwijd, geven in feite ook hun leven voor het produceren van ons voedsel. De meeste boeren kiezen met hart en ziel voor het boerenleven, want voor het geld hoef je het niet te doen. Het boerenbestaan is een manier van leven om in samenspel met de gaven die God geschonken heeft, schone lucht, water, aarde en licht, voedsel te produceren. Gezond voedsel waar wij van kunnen leven. Daar mogen we misschien best wel eens wat vaker bij stil staan en dankbaar voor zijn. Alles wat hier ligt komt er niet vanzelf. Als je boeren en boerinnen vraagt naar hun drijfveren dan noemen ze bijna altijd hun verantwoordelijkheidsgevoel voor mens, dier, plant en omgeving en het besef dichterbij de kern van het leven te komen.

Met name dit laatste vind ik erg mooi. Want heeft geloven niet alles te maken met de zoektocht naar de kern van het leven, naar zingeving? Met het mysterie van leven en dood, met het mysterie dat we God noemen.

 

Marjolein Tiemens-Hulscher

9 november 2013

Zegt het voort:

(reCAPTCHA is onze beveiliging tegen spam)