« terug

 

Herinneringen aan Martien de Jonge (1934-2010)

Op 8 april j.l. overleed in Goes Martien de Jonge, die in de jaren negentig lid was van de werkgroep Kerk en Milieu en ook na zijn afscheid van de groep voortdurend betrokken bleef.
Kerk en Milieu gedenkt hem in dankbaarheid.

Drie oud-werkgroepleden hebben hun herinneringen opgeschreven.

Nellie Smeenk-Enserink:
‘Vanuit Spijkenisse kwam hij begin jaren negentig op het bureau van de ROS in Leidschendam om daar veel vrijwilligerswerk voor Kerk en Milieu te doen. Later zijn Martien en zijn vrouw Sari in Eerbeek gaan wonen, waar Sari een paar jaar later plotseling overleed. Martien bleef betrokken bij Kerk en Milieu en wist in iedere nieuwe woonplaats de boel weer op te jutten.
Martien was een heel bijzonder mens. Hij was en bleef rusteloos strijden tegen onrecht, in welke vorm dan ook: asylzoekers, kernwapens of milieu, je deed nooit tevergeefs een beroep op hem en zijn betrokkenheid dwong respect af’

Mark van Kuilenburg:
‘Bladerend in oude afleveringen van ons tijdschrift kom ik in het nummer van december 1990 een artikel van hem tegen met de titel: ‘Drie gezinnen, één auto: het kán’. Het artikel eindigt zo: Drie gezinnen, één auto, het spaart geld en milieu. Maar is het niet een halfslachtige oplossing? Het zou inderdaad beter zijn om de auto af te schaffen en het rijbewijs te verscheuren. Ik bewonder mensen die daartoe kunnen besluiten. Zelf houd ik het nog bij Prediker 7: ‘Wees niet al te goddeloos’. Het beste is het ene vast te houden en het andere niet los te laten.
Je hoort hem dat citaat zó brommen, een beetje schalks kijkend. Humor en relativeren – dat laatste niet altijd want hij kon ook aardig drammen.
Verder herinner ik me vooral allerlei notities van zijn hand, getypt op een oude typemachine, met de meest fantastische ideeën. Fantastisch, maar niet altijd realistisch in de ogen van zijn omgeving, en dat zal hem vaak teleurgesteld hebben. Maar hij was iemand met hart voor de zaak en op zijn manier met een grote loyaliteitnaar de mensen om hem heen.’

Jaap van der Sar:
‘Martien was snel na oprichting betrokken geraakt bij de Werkgroep Kerk en Milieu van de Raad van Kerken. En dat betekende: hij nam aan de discussies deel, droeg standpunten uit, maakte voorstellen, zowel inhoudelijk als strategisch. Hij was zeer bereid daar dan ook tijd, energie en zeker ook emotie in te investeren.
Een enkele keer dacht ik dan wel eens: iets minder vasthoudend zou het proces als geheel wel sneller vooruit helpen. Daarin zat echter de charme en ook de kracht van Martien: je kon van hem op aan, hij was loyaal naar de gezamenlijke besluiten als hij daarvan inzag dat de betrokkenheid op natuur en milieu versterkt zou worden. Met hem deelden we meer dan eens de teleurstelling dat de beweeglijkheid van de kerken zo minimaal was en zo tijdelijk. Maar opgeven: dat woord kende Martien niet. De gedrevenheid van hem zullen we missen; de dankbare herinnering daaraan blijft’.

 

« terug