« terug

Levend Huis • Ecospiritualiteit en schepping

Scheppingsdag 7


Thuis

Abdis zr. Emmanule Sipkes

Stilte en rust, voorwaarden voor genieten en aandachtig leven Zr. Emmanuele Sipkes (1960) is benedictines en abdis van het Liobaklooster. Ze werd geboren op Terschelling in een protestant nest. Ze genoot van de natuur op het eiland, maar ook van de uitstapjes met school naar de musea op de vaste wal. Op het eiland leerde ze pottenbakken van de lokale pottenbakker op West. Vormgeven aan een vaas kan alleen van binnenuit. Dat werd haar levenshouding: van binnenuit werken, kunst en natuur verbinden in een gerichtigheid op de levende Schepper. De Schepper die als immanente God in ons wil wonen, een thuis zoekt en tevens als transcendente God buiten ons leeft: dichtbij en veraf, ongrijpbaar in onze beelden en woorden.
Ze vond haar leefruimte in dit bijzondere klooster dichtbij zee, waar de zusters kunstproducten en gebruiksvoorwerpen maken, weven, pottenbakken, beeldhouwen om in hun levensonderhoud te voorzien. Een natuurlijk duinlandschap zorgt voor stilte buffers om het klooster.

 

Stilte als bezieling
Leven is een dialoog aangaan, in gesprek gaan en verbinding zoeken met wie en wat je omgeeft. Dat betekent aandacht en concentratie voor wat je doet. Het maakt niet uit of dat bidden of werken of ontspannen is. Die aandacht wordt gevoed door de stilte. Dat is de reden dat we gedurende de dag verschillende momenten van stilte en rust kennen in ons religieus leven, hier in het Liobaklooster.
Wij komen vijf maal per dag samen in onze kapel. In drie van die vieringen, de metten in de vroege ochtend, de noon in de middag en completen in de avond, ligt het accent op een gezamenlijke stilte. Daarnaast kennen we, behalve de werktijd, nog een tijd voor een stille lezing en is er tijd voor ontspanning die elk op een eigen wijze kan invullen. Binnen een dag zijn er dus verschillende momenten dat we 'stil vallen'. De stilte is de voedingsbodem voor ons bezig zijn, ons bidden, ons creatieve, scheppende werk maar ook voor onze aandacht voor elkaar en de wereld. Het is de stille ruimte voor God om bij ons 'verblijf nemen', het is de stille ruimte die wij scheppen voor de Schepper.
Mijn persoonlijke bezieling ligt in die kostbare stilte. De stilte begint al bij het opstaan. Tussen wakker worden en de metten is voor mij ontluiken in stilte zoals een bloem in de ochtenddauw zich opent.

De zevende dag- een rustdag
Eén rustdag in de week, om te rusten van je werk, je inspanning en zorg, maar ook om te genieten van dat wat je voltooid hebt, ervaar ik als erg belangrijk. Die zevende dag zoals die in Genesis 1 beschreven is, moet gestoeld zijn op levenservaring van mensen. In onze communiteit werken de zusters zaterdag en zondag niet. Met werken bedoel ik dan werk om te voorzien in ons levensonderhoud. Als abdis is er juist echter meer werk als de zusters minder werken of we bijvoorbeeld een retraite hebben. Er is in die vrije tijd meer tijd voor de zusters om met hun vragen bij mij te komen. Dat is heel begrijpelijk, dan hebben zij de tijd en de rust om dat aan mij voor te leggen en te bespreken. Dat betekent dat mijn rustdag niet zondag is, maar de maandag. Ik heb ervaren dat ik die rustdag echt nodig heb. Het is anders te zwaar om mijn taak goed te blijven doen.
Een rustdag is voor mij uitslapen, wandelen en mediteren.

Vruchtbaar leven
In het bijbelboek Leviticus hoofdstuk 25, wordt het belang van rust doorgetrokken naar het land. Ook het land moet rust krijgen, niet elke week een dag, maar elk zevende jaar opdat het vruchtbaar blijft. Wij mensen zijn volkomen afhankelijk van de aarde en haar vruchtbaarheid. We leven ervan. De aarde is overigens niet afhankelijk van ons. We handelen er echter niet naar en putten de aarde uit op verschillende manier. Ik las bijvoorbeeld dat de voedingsgwaarde van tarwe sterk is afgenomen in vergelijking met dertig jaar geleden door de uitputting van de grond.
Vruchtbaar leven is voor mij een levenshouding van je toewenden naar God, ontvankelijk zijn, je ontplooien, groeien en vrucht dragen. Je afwenden van God dat is voor mij zonde. Toewending betekent ook toewijding, aandacht voor het belang van de ander, der rust voor het land, het leven, voor mens en dier.

Van boerderij tot agrarische natuurbeheer.
Leef van het werk van je handen, dat leert ons de regel van Benedictus. Dat doen we door het maken van kunstproducten en gebruiksvoorwerpen. We zorgden tot in de jaren negentig voor een groot deel zelf voor ons voedsel door een eigen moestuin, fruit, bessen, druiven en een boerderij met 8 koeien en schapen. Bij de tuinwerkzaamheden hielp een man uit het dorp. De boerderij hebben we moeten afstoten in de jaren negentig toen nieuwe eisen en regels vanuit de overheid het ons onmogelijk maakte om als kleine boer verder te gaan en te blijven genieten van onze eigen zuivelproducten. De duinweidegronden konden we verpachten, maar we besloten deze gronden als een natuurlijke stiltebuffer om ons heen handhaven. We wilden gevrijwaard blijven van machinaal geweld en herrie van landbouwwerktuigen op de grond.
Daarom kozen we voor agrarische natuurbeheer met 4 Schotse Hooglanders, een soort wilde koeien, en een stier. Deze dieren kunnen ook 's winters buiten blijven. In de winter voer ik ze bij sinds ik een jaar geleden de zorg voorde koeien overnam van een oudere zuster die ermee kon lezen en schrijven. Alleen door een rustige omgang met de koeien is er nu na maanden een nieuwe vertrouwensband tussen hen en mij opgebouwd. Zelfs de stier eet nu uit mijn hand. De koeien zorgen voor een natuurlijk evenwicht van leven. Ze houden het gras kort en zorgen voor een gevarieerde vegetatie.
De drie schapen zijn zogenaamde Mergelland schapen, een zeldzaam oud ras dat zich goed handhaaft in dit schrale natuurlijke milieu tegen de duinen aan. We kozen dit ras ook vanwege de wol. Deze wol krimpt nauwelijks in vergelijking met wol van Texelaars.
Rust is noodzakelijk om terug te keren naar verbondenheid, Verbondenheid van de mens met dieren, maar ook met het leven, de aarde.

Zorgen en hoop
De leefbaarheid op aarde wordt aangetast. Ik geloof niet dat de techniek alles oplost. Ik geloof niet in een kilometerheffing als middel om minder energie te verbruiken en de lucht minder te verontreinigen. Het kost extra grondstoffen om meetkastjes te maken en het is veel zinloze arbeid. Ik verdenk de overheid ervan dat het alleen maar wordt doorgezet omdat het een bron van inkomsten is.
Ik maak me ook zorgen over de ongebreidelde consumptie van de mens. Ongebreidelde consumptie leidt niet tot werkelijk leven. Hebben is geen zijn. In de beperking ligt de ruimte voor de beleving van rijkdom. In ons klooster beperken we bewust onze consumptie; dat is het geheim van de armoede en de rijkdom van gehoorzaamheid daaraan. Maar ik maak mij vooral zorgen dat kinderen onvoldoende leren dat de aarde ons voedsel geeft, dat melk uit een koe komt, dat we afhankelijk zijn van die aarde en daar me respect mee moeten omgaan. Ik maak me zorgen dat de opvoeding tekort schiet om kinderen die afhankelijkheid en verbondenheid met de aarde te leren.

Er blijft hoop zolang er maar één mens is die oog heeft voor verbondenheid, voor wie leven een vorm van dialoog is met de omgeving, de ander, een dier, de aarde. Door die mensen wordt onze hoop gevoed.
Hoop geeft mij ook dat kinderen van nature een ontvankelijkheid bezitten voor alles wat leeft. Kinderen tot ongever 8 jaar staan met open ogen in de wereld. Het is dus een optie die in ons zijn aanwezig is en niet afgeleerd hoeft te worden als we ouder worden… ontvankelijk blijven als een kind…
Natuureducatie op scholen vind ik erg belangrijk, maar ook dat kinderen de gelegenheid krijgen, buiten te leren, bijvoorbeeld door buiten te kamperen, zodat ze aan den lijve al hun zintuigen kunnen gebruiken. We hebben hier bij ons klooster een School voor Vrede opgericht, met name om jeugd te oefenen in het aangaan van een dialoog en zo op zoek te gaan naar verbondenheid, naar dat wat bindt.
Daarnaast is educatie op het gebied van kunst en cultuur van belang. Het is leren oog te krijgen voor schoonheid, een oefening in aandacht op een andere wijze.
Hoop geeft ook dat ik zie dat er meer eco-winkels komen. Producten die geproduceerd zijn met oog voor de verbondenheid van aarde, plant, dier en mens. Milieubewust zijn betekent aandacht en zorg voor de aarde.

Leven beleven
Voor het schrijven van een scriptie besloot ik in het voorjaar enige tijd overdag niet in ons eigen klooster te werken maar in dat van de broeders benedictijnen, iets verderop in Egmond. Daar in de Sint Adelbertabdij kreeg ik een werkkamer waar ik ongestoord kon studeren en schrijven. Ik besteedde daar alle aandacht aan. Toen die scriptie af was, merkte ik pas dat ik het voorjaar had overgeslagen: ik had niet gezien hoe de bladeren aan de bomen kwamen en verschillende soorten bloemen tot bloei kwamen.
Het was alsof ik in een andere wereld terechtkwam toen ik daar weer oor en oog voor kreeg. Ik nam mij voor om mij dat nooit meer te laten overkomen. Daarom ga ik minimaal eenmaal per week wandelen. Ik neem geen boek mee, alleen water.
Eenmaal buiten val ik letterlijk stil: alles laat ik achter mij en ben alleen maar oog en oor en neus. Ik geniet dan intens van alles om mij heen.
Ik zou anderen mensen daarop willen aanspreken: blijf ontvankelijk voor de natuur, leer daarvan en geniet daarvan. Natuurbeleving kun je gaandeweg onderhouden door regelmatig met open oor en oog buiten te zijn, te wandelen of te fietsen. Het is een leefstijl.

Deugden en zonden
Ik merk dat ik niet bezig ben met de zogenaamde deugden en zonden die destijds in de christelijke traditie zijn geformuleerd. Voor mij is afwijzing van God en afkeer daarvan een zonde, maar dan in de zin van een levenshouding, niet in een aparte handeling. Alles wat je afbrengt van verbondenheid met het leven en de Levende beschouw ik als zonde.
Daarentegen is een zoeken naar, een je richten op de Levende, aandacht voor de schepping, mensen dieren, planten de aarde en op zoek gaan naar een dialoog, een levenshouding die ik als goed ervaar en als deugd beschouw.

Kerken en geloofgemeenschappen
Wij hebben allen de opdracht om maatschappijkritisch te blijven en dat voor te leven. Dat betekent openstaan voor de nood van de aarde en daarnaar handelen.
Misschien kan ik het vergelijken met het maken van een beeld uit hout waarmee ik nu bezig ben. Elk stuk hout is anders, elke boom heeft een eigen levensgeschiedenis. Als ik niet luister naar de vormgeving van het hout, de knoesten, dan lukt het niet. Voor mij is omgaan met hout en daarvan iets nieuws scheppen gehoorzaam zijn aan het hout zelf.
Zo is het ook met de omgang van de aarde; het is gehoorzaam zijn aan de aarde zelf, haar voorwaarden en beperkingen om vruchtbaar te blijven om zo ook ons leven vruchtbaar te kunnen maken.

Een laatste vraag…
Wat wens je, hoop je…
Ik zou wensen dat mensen rust namen om te genieten van al het mooie dat de aarde biedt. Ik hoop dat ze daar allemaal zo intens van mogen genieten als ik mag doen. De aarde als bron van bezieling van buiten, als bron van levenskracht.


Tini Brugge · februari 2008

← Levend Huis