Er zijn twee verschillende scheppingsverhalen; het zijn profetische verkondigingen in de vorm van verhalen (vergelijk de gelijkenissen van Jezus: geen historische verslagen, maar nog méér waar dan alleen maar “echt gebeurd”). De genesisverhalen dateren verschillende tijden met verschillende volgorden.
Genesis 1 is het verhaal van de Exodus in de taal van de mythe. Het profetische verhaal is geschreven in de Babylonische ballingschap en polemisch gericht tegen de daar heersende religie van het goddelijke licht, de goddelijke aarde, de goddelijke sterren, goddelijke natuur. Alles wat tot religie is geworden. De profeet neemt al die mythen en namen in de mond en als die zijn mond uitkomen blijken ze schepsels te zijn! (al direct de eerste regel: het woordspel tehom – Tiamat: de goddelijke aarde en de goddelijke hemel: God schiep die). En dan is er nog associatie met tohoe wa bohoe: de grote chaos. Ongehoorde ontmythologisering en ontgoddelijking van de werkelijkheid. Hier is pas natuur-wetenschap mogelijk: spelen en experimenteren met wat niet gevaarlijk-goddelijk is, maar schepping. Eén God blijft slechts over: de Schepper.
En dat is dezelfde als Die van de Exodus: scheppen blijkt allereerst scheiden te zijn (zie de eerste 3 scheppingsdagen). Scheiden = ruimte maken, de rotzooi aan kant, kosmos in de chaos, ruimte om te leven. Als de Joden in de ballingschap dit horen, dan hoor je zo fluisteren: Die kennen we, dat is Hij van de Rode Zee, van de Jordaan, waar de wateren gescheiden werden!
En die astrale goden, zon maan en sterren? Die moeten maar een paar scheppingsdagen wachten; God kan best zonder ze. En àls ze aan bod komen, worden ze geschapen (!) met een nauw omschreven taak (… dat zij dienen om …). Getemde goden, schepsels. Exodus, bevrijding. Ook uit de vergoddelijkte natuur en alles wat versierd was met de naam god(delijk). Onze natuurwetenschappelijke technische cultuur is vaak doorgeslagen naar ’t andere uiterste: het a-theïsme heeft van Genesis1 geleerd dat alle goden door de mand gevallen zijn, en dacht toen dat God ook één uit dat rijtje was ...
Bijbels geloof is scheppinggeloof. Hier ligt alles voor de hand. Zonder de discussie over het vals dilemma ‘schepping of evolutie’ opnieuw aan te kaarten, is het leuk om te zien dat in de volgorde van de schepsels de hele lijn van de evolutie al gegeven is.
Licht, water (eerste levensvoorwaarden) – vegetatie – leven in water en lucht (in één adem genoemd) – hogere (land)dieren – mens. Alsof ons gezegd wordt: alsjeblieft, jullie allemaal je zin, maar nou ook weer ’ luisteren naar waar ‘t over gáát. Die discussie is overstegen, zowel naar de evolutionisten als naar de creationisten.
De hele schepselmatige werkelijkheid komt onder het beslag van Gods ruimte-scheppende bedoeling en onder de claim van de relatie met Hem. En door het verhaal te vatten in de vorm van de week-dagen, zit de notie van voort-gang er in: schepping is niet iets uit de oertijd, maar steeds actueel en onderweg. *)
1e dag: Genesis 1 · vers 1 - 5
2e dag: Genesis 1 · vers 6 - 8
3e dag: Genesis 1 · vers 9 - 13
4e dag: Genesis 1 · vers 14 - 19
5e dag: Genesis 1 · vers 20 - 23
6e dag: Genesis 1 · vers 24 - 31
7e dag: Genesis 2 · vers 1 - 4
*) Het latijnse ‘natura’ komt van ‘geboren worden’, en het griekse ‘physis’ komt van ‘groeien’. Dat betekent: niet blijven zoals het is; ’t gaat over ontstaan, voortgaan en eindigen; over beginnen, ophouden en doorgeven; worden en vergaan en opgevolgd worden.
Daarin zit een dynamiek van verder gaan, je kunt er niet achter terug, ook als het herhaalbaar lijkt. Ook het griekse ‘genesis’ komt van (geboren)worden.
Heel het bijbelse verhaal laat zien dat ’t daarbij niet zozeer gaat om groei (hèt geloof van de moderne economie), maar om voortgang: een onomkeerbaar proces van keuzen uit voorhanden mogelijkheden.
Je zou kunnen spreken van voortgaande schepping. ’t Gaat hier dus niet zozeer om ’t idee van de kringloop (eindeloze herhaling van hetzelfde, dat is ’t niveau van de “natuurwetten”, waar de wetenschap naar zoekt), maar een voortgaande lijn, die ergens heen gaat. Dat is niet een simpel verhaal van oorzaak en gevolg, omdat er ook factoren meespelen van weerstand en vrijheid, van verbindingen en afstoten, van relatie en afstand tussen schepselen, individualiteit en solidariteit, van mogelijke keuze. Dat maakt geschiedenis mogelijk.
Reeds de kerkvaders (eerste eeuwen na Christus.) zagen vaak Gods scheppingswoord als een soort oerprincipe (‘in principio’ = ‘in den beginne’), dat in de schepping aanwezig blijft, om die te bewegen en kans te geven verdere wegen te gaan. Een soort christelijke evolutieleer avant la lettre. Wij zouden zeggen: de evolutie is geschapen.