Water is hier in 1e instantie méér dan H2O (zie vers 1-3).
Water is levensnoodzakelijk èn levensbedreigend. We zien steeds twee aspecten: verdeling en scheiding.
Rode Zee!: reddend (voor de Hebreeën) èn dodelijk (voor de Egyptenaren). Herhaling is een belangrijke stijlfiguur. 7x klinkt in Genesis 1 het woordje TOV (goed, tof). Maar hier niet. Het uit elkaar houden van de ‘wateren’ is een noodmaatregel !
En het kost zelfs God moeite: normaliter staat er alleen: ‘en zo gebeurde het’ / ‘en het was alzo’. Maar hier: ‘en God maakte het gewelf, en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven...’. Hij moet als het ware zelf zijn handen er in steken om het opzij te duwen... Scheiden is ruimte creëren opdat daar geleefd kan worden.
Wij leven in bedreigde ruimte. Maar er staat een hemel boven. Niet verblijfplaats van onsterfelijke zielen, maar Gods ‘scherm’ opdat op aarde gelééfd kan worden. En dan kan gaan over klimaatverandering, het dreigende water. Maar ook over de verdeling van levensnoodzakelijk water: waar dat niet gebeurt, of ’t in handen komt van welk belang dan ook, gaat ’t zómaar weer mis ... Daar staat dat zondvloedverhaal model voor.
Dat dubbele, ambivalente, is kenmerkend voor water. Vandaar dat de tekentaal van de heilige doop zo sprekend is: het oerwater van de dood/zonde mag worden tot het vruchtwater van een nieuwe geboorte. En menselijke tranen horen bij verdriet, maar ook bij vreugde.
‘Hij noemde het gewelf hemel’. Hemel is hier een soort dak, bescherming tegen de grote rotzooi in alle betekenissen. Nota bene: de hemel is er voor de aarde! En als zodanig is hij beeld van Gods aanwezigheid, èn van zijn verborgenheid, want je ziet alleen maar ... hemel.
Nu is het vooral “space”. Volgeschoten met raketten, satellieten en nu al talloze stukken en brokken van hun resten.