« terug

VIEREN Exegese Genesis 1 • Gerd Kelling


Vijfde dag

Genesis 1 · vers 20 - 23

De tanninim: monsters, draken, horen thuis in de bedreigde gebieden: “boven” en “beneden. Ze zijn personificaties van de kosmische dreiging en existentiële angst die ons kunnen belagen. De profeet zegt niet: ze bestaan niet, maar ze worden gereduceerd tot schepping, net als de vogels en de vissen. Ontmythologiseerd. Elders gebeurt dat weer anders, bijvoorbeeld verbrijzeld of verpletterd (Psalm 74 vers 13,14), of wordt het monster tot speeltje van God gemaakt (Psalm 104 vers 26) krijgt een halsband om, als een schoothondje. Een rabbijnse traditie zegt dat hij in de messiaanse tijd zal worden opgegeten.*) De vogels en de vissen gaan ons voor in die bedreigde ruimten. Ook die gebieden zijn bedoeld om te bewónen. Daarin mag men zich met vrijmoedigheid begeven, mits in relatie met God. Anders wordt het weer bedreigend òf bedreigd. Misschien hebben die monsters vandaag het gezicht van bijvoorbeeld verontreiniging van lucht en zeeën met alle catastrofale gevolgen vandien. En denk eenss na over de duizenden kilometers die vogels en vissen trekken: voor hen is er maar één èrets: thuis in Noorwegen en Afrika, bij Trondheim en Zuidpool.

“... vul het water van de zee...” (en verder op: “de aarde’): ieder mag de ruimte hebben; gééf ze de ruimte. Gun ze hun eigen biotopen en territoria. Dat betekent voor de mens: grenzen in de omgang met hen en hun leefomgeving. Want anders... de catostrofes van de nijlbaars in ’t Victoriameer en de konijnen in Australië herinneren daaraan.

Dieren hebben in het bijbels denken vaak een symboolwaarde. Daarbij komen met name naar voren: de vis en de duif. De duif met het beloftevolle takje groen in de snavel; de duif ook als symbool van de heilige Geest. En de vis, als één van de belangrijkste voedselbronnen (je kunt ervan léven), maar vooral als oeroud christelijk teken, waarin een complete belijdenis verborgen zat: het griekse woord voor “vis”: ichthus vormt de beginletters van Ièsous Christos Theou ‘Uios Sootèr: Jezus Christus Gods Zoon Redder.

*) Bij de profeten staan die draken voor heersers of regimes die zich oppermachtig gedragen, monsterachtige uitvergrotingen van geperverteerde stukken schepping (b.v. Ez.29:3, Dan. 7 : 3-8), of het inbegrip van alle bedreigende kwaad (Jes.27:1) waar bij voorbeeld Opb.12 en 13 naar verwijst.