subscribe to the RSS Feed

Vruchtbare aarde levensbelangrijk

groene-boomGroene overweging op basis van psalm 104, 10-18, 24 en Marcus 4,1-9.

Door Marjolein Tiemens-Hulscher – 9 maart 2013

Bezinning

Psalm 104 is een loflied op zowel de Schepper als de Schepping. De psalm beschrijft heel mooi de grote verscheidenheid van de schepping. Biodiversiteit noemen we dat nu. Biodiversiteit is niet een bijbelse term, maar het is wel een bijbels concept. Ervaar je de verwondering als je stilstaat bij de hoeveelheid verschillende planten en dieren die op aarde leven? En hoe die zijn aangepast aan hun leefomgeving; de ooievaar in de top van de boom, de steenbok bovenop de berg.

Al het leven op aarde is verbonden met elkaar. Tegelijkertijd zijn daarmee al Gods schepselen ook afhankelijk van elkaar en afhankelijk van de niet levende natuur. De niet levende natuur die echter wel voorwaarde scheppend is voor het leven. Denk maar aan water, aarde, lucht en licht. Deze werden dan ook als eerste door God geschapen.

Psalm 104 laat zien dat het Gods belangrijkste prioriteit is dat de hele schepping tot bloei komt. Wij mensen zijn maar een klein deel van het geheel. En Gods bedoelingen in de natuur gaan ons begrip ver te boven. Maar we kunnen wel Gods aanwezigheid in de natuur ervaren. Soms maar heel vaag of in een flits, soms ook overweldigend, zoals in de krokus. Laten we daarom de tijd nemen om naar de vogels te luisteren en naar de bloemen te kijken om te genieten van alle schoonheid. Want zonder te genieten zouden we de schepping groot onrecht aandoen. Laat je verwonderen door deze rijkdom die ons geschonken wordt. Mogen we vervuld worden van God die zichzelf daardoorheen openbaart. En laten wij zorgen voor de hele schepping, omdat ons welzijn en dat van de schepping met elkaar verbonden zijn.

 ∼

Marcus 4,1-9

Bezinning

Zaad is een kostbaar goed. Het is een begin van nieuw leven. Ik hoorde laatst een boer zeggen dat zaaien nog mooier is dan oogsten, want zaaien houdt een belofte in. Een belofte voor de oogst, de basis voor een nieuwe voorraad voedsel. Wij staan daar niet dagelijks meer bij stil, maar in de derde wereldlanden zie je dat de mooiste aren bewaard worden voor zaaizaad voor het volgend seizoen. Dat is een gebruik dat in het dagelijks leven zit gebakken. Zaad is het waard om zorgvuldig mee om te gaan. In het evangelie komen we vaker gelijkenissen tegen over zaad. We kennen het verhaal van de man die zijn land bezaait, gaat slapen en onderwijl kiemt het zaad. Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort. Of de gelijkenis van het mosterdzaadje, zo klein en uitgroeiend tot de grootste van de tuingewassen. Aan de ene kant geven deze verhalen de verwondering weer van de kracht die in het zaad zit. Maar aan de andere kant suggereren ze ook dat de mens er na het zaaien geen omkijken meer naar heeft. Niets is minder waar. Iedere boer en iedereen die een moestuin heeft weet dat er veel zorg nodig is om een mooi vruchtdragend gewas te verkrijgen. In psalm 104 staat dan ook dat de mens hard moet werken voor het gewas. En dat begint met te zorgen voor een vruchtbare bodem. Het zaad kan nog zo goed zijn, als het niet in vruchtbare aarde valt zal het geen vrucht dragen. Dat is het thema voor vandaag, vruchtbare aarde, levensbelangrijk.

 

In het evangelieverhaal gaat het dan ook niet om het zaad. Het zaad is goed. Het gaat om waar het zaad terecht komt. Om een vruchtdragend gewas te worden moet het zaad in vruchtbare aarde vallen. Vruchtbare aarde is onmisbaar, van levensbelang. We moeten dus niet alleen zorgvuldig omgaan met het zaad maar er ook voor zorgen dat de aarde vruchtbaar blijft. In de boerenpraktijk valt dat niet mee. Door de economische druk vanuit de maatschappij gaat de bodemvruchtbaarheid achteruit. We zien het in de Flevopolders gebeuren. Mooie vruchtbare grond is na veertig jaar intensieve landbouw minder vruchtbaar geworden. Door de hoge grondprijzen zijn de boeren gedwongen tot het telen van gewassen die economisch  gezien veel opbrengen om het hoofd boven water te houden. Maar de teelt van zo weinig verschillende gewassen gaat ten koste van de bodemstructuur, en het bodemleven waardoor het land steeds minder opbrengt. Ik denk dat veel boeren die zich gedwongen zien zo te werken dit doen met pijn in het hart. Want het is een manier boeren die haaks staat op hun vakmanschap, het verzorgen van de schepping; het zorgen voor vruchtbare aarde.

 

In het evangelie is het zaad een metafoor voor het woord van God en zijn wij zelf de vruchtbare aarde. Wij zijn de vruchtbare aarde voor elkaar, voor onze kinderen en voor de nog komende generaties. Het is onze verantwoordelijkheid dat toekomstig zaad in vruchtbare aarde valt, door onze kinderen voor te leven. Ze laten zien en weten waarom je bepaalde keuzes in het dagelijks leven maakt. Ze laten zien, dus niet alleen in woorden, maar ook in daden, wat voor jou belangrijke waarden zijn. Bijvoorbeeld bereid te zijn meer te betalen voor ons voedsel, waardoor boeren weer waardig en vruchtbaar kunnen werken. Zo zou ik de volgende generaties de kunst van het genieten willen meegeven. Genieten van het kleine, genieten van de schoonheid van de schepping en verwondering voor de samenhang. Ik zou onze kinderen en kleinkinderen willen inspireren tot een levensstijl die de heelheid van de schepping respecteert. Dat ze een bewustzijn ontwikkelen voor de invloed van hun eigen handelen op het leven van andere mensen en de ecologische draagkracht van de aarde. Dat ze leren ervaren dat het een genoegen is om genoeg te hebben, en dat je kunt delen van wat je over hebt. Dat de verwondering voor de heelheid van de schepping een innerlijke drijfveer zal zijn om in het dagelijks leven hieraan gestalte te geven in woord en daad. Dan zal er voor al het zaad vruchtbare aarde zijn.

 —

Marjolein Tiemens-Hulscher

9 maart 2013

Zegt het voort:

(reCAPTCHA is onze beveiliging tegen spam)